Homepage Jolie
In Memoriam Petra, mijn zusje
portretje jolie
                  webcam in de kelder

                  Jolies weblog

                  jaardag van een site

                  7 oktober 2012 23:21


                  Vandaag is de site van het International Auschwitz Committee precies negen jaar oud. Voor een website is dat reusachtig oud, en als ontwerper/bouwer van de site vind ik het een aparte ervaring om mee te maken dat een site, buiten mijn eigen beheer, zo lang online is gebleven. Zeker omdat de dagen waarin de site online ging, bij vreemde samenloop van omstandigheden zo beladen waren met de ziekenhuisopname en vervolgens dood van mijn zusje.

                  Ik denk er wel eens over, om de eigenaars van de site aan te bieden om de site te updaten, er is immers content bijgeplaatst en die vraagt wellicht om aanpassing van het ontwerp. Maarja, zitten ze erop te wachten? Zoals een goede kennis wel eens zegt: "Alles wat gratis is wordt verpest" — oftewel: gratis moeite is verspilde moeite :-} Maar om nou een hulpaanbod met een offerte te doen, nee, dat staat me tegen.

                  Enfin, ik heb de jaardag van de site dus op een andere manier herdacht :-) Bij de AKO lagen grote stapels van Denis Avey's boek "The Man who Broke into Auschwitz." Achter deze ongelukkig gekozen titel (in het Nederlands: "De man die naar Auschwitz wilde" ook al zo ongelukkig gekozen) gaat het indringende verhaal schuil van een Britse krijgsgevangene, te werkgesteld in Monowitz-Buna, een onderdeel van Auschwitz.

                  Het boek van Avey deed me meteen andere boeken (her-)lezen, van Primo Levi, Elie Wiesel, Jaap Bronkhorst en Menachem Arnoni. Want het is jammer dat de kracht van het boek van Avey teniet gedaan dreigt te worden door de controverse rond het boek, die misschien wel vooral is ontstaan door de vreemde titel-keuze.

                  Die titel slaat namelijk op enkele korte passages in het boek, twee passages die mijns inziens niet de kern van het boek vormen. De kern van het boek is de stelselmatige vernedering, de wreedheden, de moordpartijen en het bizare, volslagen oneerlijke lotstoeval dat op elk moment van de oorlog noodzakelijk was om te overleven, waar je ook was, in een tank in de woestijn, op een schip vol krijgsgevangenen of in slavenarbeid voor de vijand, waarin een mens geen mens meer was maar een ding, overgeleverd aan de willekeur van beulen — en desondanks toch nog oog voor zijn omgeving en het lot van mede-afgebeulden houdt. Bij sommige passages moest ik aan de beklemming van Hemingway denken, die de horror van de oorlog zó kan beschrijven dat ik zijn boeken nauwelijks kan uitkrijgen.

                  Toch heet het boek niet "Roodharige dwarskop die de hel van de woestijn en de hel van Auschwitz overleefde." Nee, de uitgever koos de passage die —inderdaad, ook als je nog van geen controverse weet— het meest surrealistisch overkomt: De hoofdpersoon in Avey's boek ruilt tweemaal tijdens de nacht van plek met een joodse gevangene. Een passage die veel vragen opriep bij historici en zelfs medegevangenen. Terecht lijkt me, want of de plaatsruil nu exact zo heeft plaatsgevonden als Avy schetst of niet, het moet een uiterst gevaarlijke onderneming zijn geweest, waar eigenlijk niemand baat bij had, die bovendien achteraf niet meer te bewijzen is. En de hele geschiedenis van Auschwitz en de Shoah is niet gebaat bij halve waarheden.

                  Toch wil ik niet uitsluiten dat Avey zijn verhaal volkomen te goeder trouw zo vertelt. We lezen hoe hij leed onder het feit dat hij krijgsgevangen genomen is, en ondanks allerlei opstandige, impulsieve ontsnappingspogingen niet slaagt om zijn plicht als soldaat te volbrengen. Hoe hij ondanks zijn waardeloze slavenleven in Buna toch een verschil wilde maken en vreesde dat er niemand zou overblijven om te getuigen. Een dwarskop die zo inelkaar zit, zou, na alle kamikaze die hij in de oorlog al overleefd had, vrienden die hij naast zich kapotgeschoten had zien worden, misschien wel in staat geweest zijn om zo'n waagstuk te bedenken. Maar of uitvoering mogelijk was, daarover durf ik me niet uit te spreken.

                  En er is één ding waarin de critici van Avey ongelijk hebben: Avey zou de woorden "Arbeit macht frei" niet gezien kunnen hebben. Maar ook Primo Levi meldt deze woorden gekend te hebben boven een poort naar Auschwitz III/Buna Monowitz, net als deze woorden zijn misbruikt in Sachsenhausen, Theresienstadt en Dachau.

                  Uiteindelijk is het boek van Denis Avey te waardevol om vanwege die die twee korte onbewijsbare passages terzijde te leggen. Zonder zijn boek zou ik ook niet de andere boeken (her)lezen hebben — en nu kunnen zeggen dat ik Primo Levi's boek iedereen die nog nooit iets heeft gelezen over Auschwitz het meest zou aanraden.

                  Enfin, er valt meer over te zeggen, nog meer over te lezen — maar volledig te begrijpen zal het thema nooit zijn.


                      RSS  php-icon © mailto: Jolie, 2002, 2015