Homepage Jolie
In Memoriam Petra, mijn zusje
portretje jolie
                  webcam in de kelder

                  weblog november

                  Van scherven tot coverfoto

                  22 november 2019 14:51


                  Eigenlijk spreken de afbeeldingen hier voor zich :-)

                  Tenminste, ik was zelf behoorlijk sprakeloos, toen ik de cover van nr 126 van het Magazine Poppen en Teddybeer zag...... Hoe een pop die binnenkwam als een zak scherven, na restauratie .......

                  Sommige Familieleden zullen een exemplaar van het blad bij de post vinden :-)

                  [ Bronvermelding: Het matrozenpak en de achtergrond, het decor waarin de zeldzame SFBJ 251 staat, heb ik nagemaakt van dit schilderij (1846) van Franz Winterhalter ]

                  [reacties]

                  Roetzwart gezicht gaat verder terug dan een prentenboek uit 1850

                  19 november 2019 23:44



                  [ This article in English ]

                  In het antieke en pre-christelijke Europa was zwart de kleur van de dood. ‘Ater’ betekent in het Latijn niet alleen zwart, dofzwart, maar ook onheilspellend. Het woord is verwant met ‘atrocity’ — gruweldaad. Zwart was de kleur van de onderwereld, van duivels en demonen.

                  De Slavische volken kenden de zwarte Chernobog. In de Skandinavische folklore bestond de zwarte ‘Draug’ al voor het jaar 1000. Doden die ontsnapten uit hun graven. Zwartgeworden onder invloed van ontbinding, treiterden ze de levenden met hun bovennatuurlijke krachten.

                  De levenden konden de doden tot rust brengen met rituelen. Om te beginnen bij de uitvaart van de dode zelf. In het verslag van Ibn Fadlan uit 921 lezen we hoe de Volga Vikingen hun —in zijn graf zwartgeworden— dode hoofdman enkele weken na zijn dood aankleden in Byzantijnse zijde met gouden knopen, om hem, omgeven door voedsel, dode hond, in stukken gehakt paard en een bruut vermoord meisje, met schip en al te verbranden.

                  Onder invloed van het Christendom verdwijnen tradities als deze.
                  Gelukkig — als ik dat er nog bij mag zeggen.

                  Wel blijven nog eeuwenlang de Feesten voor de doden bestaan rond de overgang naar de winter. De tijd waarin, volgens de volksverhalen, de geesten de wereld van de levenden kunnen binnendringen. Voedsel zette men bij deuren om de zwervende doden te vriend te houden. Jongeren trokken in processies door dorpen met maskers of zwartgeschilderde gezichten.

                  Zulke optochten, bedelfeesten, al of niet voorzien van boemanfiguren bestonden door heel Europa, van St. Martins day tot Krampusnacht. In Nederland, volgens godsdienst-almanakken uit 1700, van november tot en met Driekoningen in januari. In Parijs op de naamdag van Sint Nicolaas, meldt een stratenboek uit 1843, compleet met een anecdote, dat de processie met saters en duivels in 1525 werd ingeperkt.

                  Zelfs in het werk van de Amerikaanse schrijver Isaac Bashevis Singer duikt een ‘demon zwart als roet’ op, in een oud Pools volksverhaal dat zijn moeder hem als kind vertelde.

                  Vandaag vinden we sporen van deze tradities over de hele wereld. In Halloween, in Día de Muertos, in Sint-Maarten, in Sinterklaas, Oudejaarsavond. Waarschijnlijk ook in Up Helly Aa en dan ken ik ze ongetwijfeld niet allemaal. Telkens krijgen oudere componenten nieuwe betekenissen. In het ene feest, tijdperk of locatie ligt de nadruk meer op het verjagen van boze geesten, in het andere meer op het delen van voedsel.

                  In 1850 geeft het prentenboek van schoolmeester Schenkman een nieuwe draai aan het oude Nederlandse Sint Nicolaasfeest. Hij maakt Sinterklaas wat vriendelijker dan de man was en vervangt de helper die in sommige streken met Sinterklaas optrad. Daarmee krijgen de "met belagchelyke fprongen", "zwart fmeerfel" en "op allerleye wyzen verklede" jongeren die langs de deuren gaan een nieuwe rol.

                  De helpers en beltrekkers, die lokaal een eigen uiterlijk en eigen naam hadden, maken plaats voor ‘Zwarte Piet.’ Een figuur die in elke nieuwe uitgave van dat boek steeds meer uiterlijke kenmerken krijgt van een Afrikaanse slaaf of Moorse page. Oorringen, afropruiken, rode lippenstift en schminck tot in de haargrens tref je niet in publicaties voor 1850.

                  Met het boek van Schenkman is de trend ingezet die vandaag op weerstand stuit.

                  Ik heb de uitwassen van Schenkman's trend zelf gezien en gehoord op het schoolplein: MR-leden, toch vaak prominenten in een school, mogen tegen een klein jongetje met een Surinaamse grootouder zeggen ‘Jij hoeft je niet te schmincken, want jij bent al zwart.’ Voor mij destijds reden om een andere school voor jongste dochter te zoeken: het MR-lid noch het schoolhoofd bleek aanspreekbaar. Reactie schoolhoofd: Ja, dat [MR-lid] is de doelgroep van onze school. Prima, ik hoor kennelijk niet tot de doelgroep.

                  Ook nu nog maken vriendinnetjes van mijn dochter mee dat ze worden uitgescholden voor ‘Zwarte Piet’ Gelukkig treedt de (middelbare) school van mijn dochter daar tegen op.

                  Dit soort gedrag heeft niets met een ‘Kinderfeest’ te maken. Dit brengt dat hele kinderfeest hooguit schade toe. Het sluit immers bepaalde kinderen uit van het feestgevoel.

                  Misschien vinden we —net als Schenkman wellicht?— de oorspronkelijke winterboemannen die met de Decemberfeesten verweven waren, te griezelig. Zien we de Goedheiligman liever in gezelschap van èchte mensen, dan van bezworen demonen of levende doden. Prima. Maar daarmee we hoeven het pad dat hij insloeg niet te blijven volgen.

                  De Europese folklore is rijk genoeg om te kunnen putten uit een veelheid van winterboemanfiguren. Overal maakt de folklore melding van roet. Roet van geestbezwerende vuren, roet uit de hel, roet uit de schoorsteen. Ontstof de oorspronkelijke winterboeman, zoek in oude gravures, prenten en verhalen en kies —samen— een andere figuur.

                  Dat zal het complete Sinterklaasfeest ten goede komen.

                  En wie er dàn nog niet mee kan leven?
                  Tja.
                  Vraag asiel aan, ergens ver weg.

                  Er is ongetwijfeld een land te vinden waar de redelijkheid nòg verder te zoeken is en tradities nooit verder terug gaan dan de 19e eeuw.

                  [ Samenvatting: De op een Afrikaanse slaaf gelijkende Zwarte Piet deed zijn intrede pas in 1850. Er is duizenden jaren oud materiaal in de Europese folklore om een prachtige nieuwe, oudere Zwarte Piet —of hoe je hem ook noemen wil— uit samen te stellen. Sterker nog: de traditie is altijd aan veranderingen onderhevig geweest. Tot 1850 was de enige constante erin, de overwinning van de levenden op de doden. ]

                  [reacties]

                  Soot Face is older than a picture book from 1850

                  19 november 2019 23:43




                  [ This article in Nederlands ]

                  In ancient and pre-Christian Europe, black was the color of death. "Ater" in Latin does not only mean black, but also ominous. The word is related to "atrocity". Black was the color of the underworld, of devils and demons.

                  The Slavic people knew the black Chernobog. In Scandinavian folklore, the black ‘Draug’ existed before the year 1000. They were the dead who escaped from their graves. Blackened under the influence of decomposition, they harassed the living with their supernatural powers.

                  The living could appease the dead with rituals. To begin with the funeral of the deceased himself. In the report of Ibn Fadlan from 921 we read how the Volga Vikings dress their — blackened — dead captain a few weeks after his death, in Byzantine side with golden knots, to burn him — surrounded by food, a dead dog, a chopped up horse and a brutally murdered girl — together with his ship.

                  Traditions like this disappeared under the influence of Christianity.
                  Fortunately — if I may say so.

                  However, the Feasts for the Dead still existed for centuries around the transition to winter. The time when, according to folk tales, the spirits could invade the world of the living. Food was put at doorsteps to appease the roaming dead. Young people paraded in processions through villages wearing masks or black-painted faces.

                  Such parades existed throughout Europe and survived the end of the Middle Ages. Groups of youngsters dressed up as Bogeyman-like figures, paraded in the streets, begging for food, on holy days like St. Martins day or Krampus night. In the Netherlands, according to religious almanacs from 1700, from November to Epiphany in January. The British Isles were familiar with the tradition of Mummers and Guisers during this season, that can be traced back to 1296. In Paris these parades took place on Saint Nicholas' name day reports a French book in 1843. It specifically mentions that the procession with youngsters dressed as satyrs and devils was curtailed in 1525.

                  Even in the work of the American writer Isaac Bashevis Singer, a ‘demon black as soot’ appears in an old Polish folk tale that his mother told him as a child.

                  Today we find traces of these traditions all over the world. In Halloween, in Día de Muertos, in Saint Martin's day, in Sinterklaas, New Year's Eve. Probably also in Up Helly Aa — and I undoubtedly didn't mention them all. Older components get new meanings over the years. In some festivals, eras or locations, the emphasis is more on warding off evil spirits, in the others more on sharing food in poor winter times.

                  In 1850 the picture book of schoolmaster Schenkman gives a new twist to the old Dutch Sint Nicolaasfeest. His Sinterklaas became a bit friendlier than he was before and he replaced the helper, who occured with Sinterklaas in some areas. With this, the youngsters who went from door to door, being absurdly dressed, making weird moves, with faces full of black soot, got a new role.

                  The helpers and callers, who locally had their own appearance and name, made way for ‘Zwarte Piet.’ A figure that appeared in every new edition of his book more and more like an African slave or Moorish page. Large gold earrings, afro-style wigs, red lipstick and full blackface makeup cannot be found in publications older than 1850.

                  Schenkmans book started a trend that meets with protests today. Well: since 1930 already.

                  I have seen and heard the excesses of Schenkman's trend in the schoolyard: school-parent-council-members, often prominent in a school, were allowed to say to a little boy with a Surinamese grandparent 'You don't have to paint your face, because you're already black.' For me at that time, reason to look for another school for the youngest daughter: neither the SPC-member nor the headmaster could be addressed against. Response from headmaster: Yes, that [MR member] is the target group of our school. Great, thanks: apparently I don't belong to your target group.

                  Even today, my daughter's girlfriends are being called names: "Zwarte Piet". Fortunately, my daughter's school punishes such behaviour.

                  This kind of behaviour has no resemblance whatsoever with "a children's festival". This behaviour will simply damage that entire festival. After all, it excludes certain children from the party mood.

                  Perhaps we — like Schenkman did? — find the original Bogeyman figures that were intertwined with the December festivals too creepy. Perhaps we prefer to see our ‘Good Saint’ in the company of real people rather than demons, satyrs or living dead. Fine. But to achieve that, we do not have to keep following the path Schenkman took in 1850.

                  European folklore is rich enough to draw on a multitude of winter Bogeyman figures. Many old publications mention soot, as you can read in the references. Soot from the bonfires that to ward off evil spirits, soot from hell, soot from the chimney. So, dust off the original winter Bogeyman, search in old engravings , prints and stories and choose — together — another figure.

                  That will benefit the entire Sinterklaas party.

                  And for those who still can't find peace with a new old Winter-bogeyman a.k.a. Soot Piet?
                  Well.
                  Apply for asylum somewhere far away.

                  There is undoubtedly a country where even less rationality exists and where traditions will never go further back than the 19th century.

                  [ Summary: The ‘Zwarte Piet’ character with the appearance of an African slave, did not occur until 1850. European folklore contains enough medieval narratives to compile a beautiful new, older ‘Zwarte Piet’ — or whatever you want to call him. In fact, the tradition has always been subject to change. Untill 1850, the only unchanging factor in it, was the victory of the living over the dead. ]

                  [reacties]


                      RSS  php-icon © mailto: Jolie, 2002, 2015